Hoe stimuleren we groene daken en hoe zorgen we ervoor dat ze daadwerkelijk op grote schaal worden toegepast? Tijdens deze break-out, verzorgd door Gemeente Rotterdam & Rooftop Revolution, werden deelnemers gevraagd na te denken over een effectieve landelijke subsidie zodat dit als katalysator landelijk kan worden ingezet.
Inmiddels is de urgentie sterk toegenomen. Klimaatverandering, wateroverlast, hittestress, ruimtegebrek en de energietransitie vragen om een bredere aanpak. Een dak is daarbij niet alleen een dak, maar kan meerdere functies tegelijk vervullen: waterberging, groen, verkoeling en energieopwekking.
Van rioolbeheer naar multifunctionele daken
Rotterdam kijkt al sinds het begin van deze eeuw vooruit naar 2030. Alleen het rioolsysteem uitbreiden is geen haalbare oplossing voor steeds extremer weer. Het is duur en de ruimte is beperkt. Daarom wordt gezocht naar aanvullende maatregelen boven op een robuust rioolsysteem. Daken bieden daarvoor veel mogelijkheden.
Het uitgangspunt is stapeling van functies. Een dak kan bijvoorbeeld regenwater opvangen én bijdragen aan biodiversiteit en verkoeling. Zo ontstonden verschillende typen daken, zoals retentiedaken, polderdaken en natuurdaken. De eerste subsidieregelingen richtten zich vooral op relatief eenvoudige groene daken, bijvoorbeeld met 25 m² groen en een beperkte waterbergingscapaciteit. Inmiddels verschuift de aandacht steeds meer naar de kwaliteit en multifunctionaliteit van daken.
Subsidie als katalysator
Een belangrijke conclusie uit de Rotterdamse ervaringen is dat subsidie kan werken als katalysator. Een financiële bijdrage kan ervoor zorgen dat een project van de grond komt. Tegelijkertijd is subsidie geen onbeperkt instrument. Wanneer de subsidiepot leeg is, ontstaat onzekerheid en kunnen bewoners of initiatiefnemers afhaken.
Ook de manier waarop subsidies zijn georganiseerd, vormt een probleem. Gemeenten hanteren verschillende bedragen, eisen en aanvraagmomenten. Bewoners moeten soms eerst zelf investeren, foto's maken voor en na de aanleg en vervolgens wachten op goedkeuring. Dat maakt de regeling voor veel mensen ingewikkeld en tijdrovend.
De vraag is daarom of Nederland niet meer toe moet naar een eenvoudigere en meer gestandaardiseerde regeling. Daarbij zou de rol van marktpartijen groter kunnen worden. In plaats van dat iedere individuele bewoner subsidie aanvraagt, kan de financiële stimulans bijvoorbeeld via aannemers, ontwikkelaars of andere marktpartijen lopen. Zij kunnen de subsidie dan direct meenemen in hun offerte.
Tegelijkertijd blijft maatwerk noodzakelijk. Wat werkt in een nieuwbouwwijk, werkt niet automatisch in een bestaande, versteende wijk. Een ‘one size fits all’-aanpak is daarom niet vanzelfsprekend geschikt.
Van vrijwillige subsidie naar verplichting?
Een terugkerende vraag is of subsidie op lange termijn voldoende is. In Vlaanderen zijn bijvoorbeeld regels ontwikkeld rondom het opvangen en hergebruiken van hemelwater. Ook in Nederlandse gemeenten wordt geëxperimenteerd met hemelwaterverordeningen. Rotterdam heeft eveneens ervaring met verschillende vormen van verplichting.
Voor nieuwbouw is het toepassen van groene en klimaatadaptieve maatregelen inmiddels steeds gebruikelijker. Bij bestaande bouw ligt dit veel ingewikkelder. Juist daar ligt een grote opgave.
Daarbij moet rekening worden gehouden met de positie van woningcorporaties en VvE's. Zij hebben te maken met meerdere grote opgaven tegelijk, zoals isolatie, nieuwe ramen en deuren en de energietransitie. Een groen dak staat daardoor niet altijd bovenaan de prioriteitenlijst. Ook onderhoudskosten en het doorberekenen van servicekosten kunnen een belemmering vormen.
De sociale opgave
Een belangrijk aandachtspunt is de verdeling van subsidies. Subsidies bereiken nu makkelijk de wijken waar bewoners financiële en organisatorische ruimte hebben. Juist kwetsbare en sterk versteende wijken hebben echter behoefte aan vergroening en verkoeling.
Daar liggen extra obstakels. Bewoners kunnen minder financiële ruimte hebben, te maken hebben met taalbarrières of simpelweg andere prioriteiten hebben, zoals de kosten van het dagelijks levensonderhoud. Een ingewikkelde subsidieregeling legt dan extra verantwoordelijkheid bij mensen die juist ontzorgd zouden moeten worden.
Daarom is de vraag niet alleen hoeveel groene daken er komen, maar ook waar ze komen en voor wie ze bereikbaar zijn. Ideeën zoals een Pay it Forward-systeem worden genoemd: iemand koopt bijvoorbeeld extra vierkante meters groen, waardoor ergens anders in een kwetsbare wijk een dak kan worden aangelegd. Ook zijn mogelijkheden besproken om fondsen of maatschappelijke partners hierbij te betrekken. Deze ideeën zijn nog niet breed getest.
Groene daken als onderdeel van een groter verhaal
De discussie gaat uiteindelijk verder dan alleen subsidie voor een groen dak. Multifunctioneel dakgebruik kan bijdragen aan meerdere maatschappelijke opgaven tegelijk. Denk aan klimaatadaptatie, energietransitie, woningbouw en biodiversiteit. Bij optoppen van bestaande gebouwen kan bijvoorbeeld de opbrengst van nieuwe woningen worden gebruikt om het bestaande gebouw te verduurzamen. Groen en water kunnen daarin worden meegenomen.
Ook verkoeling is een belangrijk onderdeel. Groene/blauwe daken kunnen helpen om oververhitting te beperken. Daarmee kan de behoefte aan airconditioning verminderen, wat niet alleen energie bespaart maar ook relevant is voor de toenemende druk op het elektriciteitsnet.
Tegelijkertijd is meer onderzoek nodig naar de effecten van verschillende daktypen. Een licht dak kan bijvoorbeeld minder effectief zijn dan een natuurdak als het gaat om biodiversiteit en waterberging. Een goed ontworpen groendak is divers en kan veel water vasthouden, maar bij langdurige droogte neemt het verkoelende effect af. Onderzoek naar de prestaties van verschillende daktypen kan helpen om beleid beter te onderbouwen.
Van pionieren naar opschalen
Rotterdam heeft inmiddels ongeveer achttien jaar ervaring met het stimuleren van groene daken. De aanpak heeft zich ontwikkeld van een relatief eenvoudige subsidieregeling naar een bredere discussie over multifunctioneel ruimtegebruik.
De belangrijkste uitdaging voor de komende jaren is daarom opschalen in zowel kwantiteit als kwaliteit. Rotterdam heeft nog een grote hoeveelheid dakoppervlak dat vergroend kan worden. Alleen met subsidies zal de volledige opgave waarschijnlijk niet worden bereikt. Tegelijkertijd kunnen verplichtingen alleen werken als ze zorgvuldig en gebiedsgericht worden ingevoerd.
De volgende stap vraagt daarom om samenwerking tussen gemeenten, het Rijk, waterschappen, woningcorporaties, VvE's, marktpartijen en bewoners. Ervaringen moeten worden gedeeld, inclusief wat niet werkt en welke regelgeving of financiering de markt vertraagt. Bewustwording blijft daarbij belangrijk, bijvoorbeeld via initiatieven zoals de Rotterdamse Dakendagen en het Rooftop symposium.
De centrale vraag voor de komende periode is daarmee: hoe zorgen we ervoor dat groene en multifunctionele daken niet langer een uitzondering zijn, maar een vanzelfsprekend onderdeel van de stad? Subsidie kan daarbij een belangrijke aanjager zijn, maar de verdere ontwikkeling richting 2030 vraagt waarschijnlijk om een combinatie van stimulering, vereenvoudiging, onderzoek, samenwerking en, waar passend, regelgeving.